Mijn tien spellen

🔗 Verwijswoorden

Grammatica · Spel 9 van 10 · Groep 4

Oqui, je vrolijke blauwe uil
Oqui

Eerst kijken en leren. Daarna speel jij het spel.

Verbind de kaarten

Bekijk de voorbeelden. Je kunt ze tijdens het spelen terugkijken.

het boek

Waarnaar verwijst het in: Hier is het boek. Het is nieuw.

Noor

Waarnaar verwijst zij in: Noor komt binnen. Zij lacht.

de kinderen

Waarnaar verwijst ze in: De kinderen spelen. Ze zijn buiten.

de fiets

Waarnaar verwijst hij in: De fiets staat buiten. Hij is rood.